Direct contact? Bel: 0031 (0)20 3641442

Home > Voorbeeld cases > Samenwerking

Samenwerking

Firmanten, aandeelhouders, zakenpartners, maatschappen van artsen, advocaten en andere vrije beroepers. Lukt het nog om de samenwerking voort te zetten of moeten partijen uit elkaar. En hoe dan?

Architecten en projectontwikkelaar

Stuk gelopen samenwerking tussen een groep jonge architecten, een project ontwikkelaar en een aannemer. Samen hadden zij een mooi concept ontwikkeld voor de bouw van een bijzonder soort woningen. Zij  hadden afspraken gemaakt over ieders inbreng in de samenwerking. Ze noemden hun samenwerking een consortium, maar hadden deze geen juridische vorm gegeven. De samenwerking verliep niet zoals verwacht. Partijen verloren vertrouwen in elkaar en de verhouding escaleerde. De architecten en de project ontwikkelaar voerden diverse procedures tegen elkaar. Er werden beslagen gelegd en er werd een kort geding gevoerd. De voorzieningenrechter suggereerde de partijen mediation.

In de eerste mediation sessie werd primair gewerkt aan herstel van communicatie tussen de betrokken personen, die niet meer met elkaar spraken. Dat lukte. Even werd onderzocht of de samenwerking hersteld kon worden, maar dat bleek niet het geval. In drie op volgende sessies werd met vallen en opstaan een regeling bereikt, waarbij partijen overeenstemming bereikten over wie welke assets van het consortium kreeg en hoe één en ander  financieel tussen hen zou worden afgewikkeld.

Reclamebureau

De samenwerking tussen de twee oprichters/directeuren van een reclamebureau met ieder 50% van de aandelen verloopt stroef en escaleert zodanig, dat partner A. de andere (partner B.) de toegang tot het pand ontzegt en het slot op de toegangsdeur vervangt. Er volgt een kort geding, waarin partner B. vordert dat hij weer toegang krijgt tot het kantoor en partner A. wordt verboden zich gedurende een afkoelingsperiode van 4 weken in het bedrijf te vertonen. De rechter wijst het eerste deel van de vordering toe en verwijst partijen naar een mediator. In de mediation, waaraan de partijen met hun advocaten deelnemen, blijkt de breuk onherstelbaar en wordt in 3 sessies een oplossing bereikt. Partijen gaan ieder hun eigen weg. De klanten worden verdeeld. Partner A. koopt van partner B. diens aandeel in het bedrijfspand en partner B. mag het logo en de huisstijl houden. Partner A. erkent dat hij in zijn emotie misschien wat impulsief heeft gehandeld en biedt zijn excuses aan. Zij schrijven gezamenlijk een brief met vreedzame inhoud aan hun relaties. Partijen besparen zich daarmee een bodemprocedure en mogelijk een procedure voor de Ondernemingskamer.

Ontvlechting na mislukte fusie binnenvaart

Een ondernemer (“verkoper”) was door een SIOD-onderzoek en daarop volgende arrestatie feitelijk niet in staat geweest om zijn werkzaamheden te blijven uitoefenen. Hij heeft toen zijn onderneming, die zich bezig hield met tewerkstelling van matrozen, verkocht aan een derde ( “koper”), die al in dezelfde branche werkzaam was. Levering van de aandelen in de B.V. en betaling van de koopsom vond nog niet plaats, maar de (directeur van) koper werd al wel benoemd tot statutair directeur en dreef gedurende anderhalf jaar de onderneming van de verkoper.  De bedrijfsresultaten liepen terug. Nadat het SIOD-onderzoek was afgerond en hij was gerehabiliteerd vernietigde de verkoper de koopovereenkomst en vorderde schadevergoeding, omdat de koper klanten en personeel zou hebben overgebracht naar zijn eigen onderneming. Aan de vennootschap werd op aangifte van de koper, als statutair directeur, surseance van betaling verleend, met benoeming van een bewindvoerder.De koper vorderde in kort geding van de verkoper een voorschot op de schadevergoeding. Voorafgaand aan de behandeling van het kort geding vond op verwijzing van de bewindvoerder mediation plaats.

Tijdens de mediation werd besproken volgens de koper de tewerkgestelde matrozen anders had moeten “verlonen” dan de verkoper voorheen had gedaan, waardoor het uurloon hoger was geworden, klanten waren weggelopen en het bedrijfsresultaat aanzienlijk lager werd dan hem tijdens de verkooponderhandelingen was voorgespiegeld. de verkoper gaf inzicht in het verloop van de klanten en matrozen en stelde dat hij deze niet naar zijn eigen onderneming had overgeheveld. Omdat de onderneming veel minder waard was gebleken, dan tijdens de verkooponderhandelingen was voorgespiegeld wilde de koper de koopprijs niet (ten volle) betalen. Partijen hadden eerder afgesproken dat de verkoper voor een door de verkoper opgerichte GmbH acquisitie in Duitsland zou doen. Daarvoor zou hij van de koper een management vergoeding ontvangen. Volgens de koper had hij daarvan niets terechtgebracht, reden waarom betaling van de managementvergoeding was gestaakt.

De koper stelde zich op het standpunt dat het duurdere “verlonen” onnodig was geweest, dat de verkoper door wanbeleid de surseance had veroorzaakt en dat deze er op uit was om de onderneming van de verkoper te verwerven zonder daarvoor iets te betalen. De verkoper stelde wel degelijk veelbelovende contacten te hebben gelegd voor de GmbH en aanspraak te hebben op de volledige managementvergoeding.

De verkoper wilde na zijn rehabilitatie weer als ondernemer aan de slag met de tewerkstelling van matrozen. Hij had een financieel belang omdat hij noodgedwongen in loondienst was gaan werken om het hoofd financieel boven water te houden.  Hij voelde zich opgelicht door verkoper en wilde genoegdoening. Onzeker was evenwel of de kopende vennootschap verhaal bood als de vordering van verkoper in rechte zou worden toegewezen. De koper wilde de onderneming nog steeds overnemen voor een in zijn ogen redelijke koopsom en voorts activiteiten in Duitsland ontwikkelen. Beide partijen wilden hun geschil snel beëindigen en zich kunnen concentreren op hun business.

Tijdens de mediation ten kantore van de bewindvoerder, een week voor de behandeling van het kort geding, begonnen partijen met het luchten van hun verwijten over en weer.  Na uitleg van de verkoper van het anders “verlonen”, kreeg de koper iets meer begrip waarom de vennootschap klanten en matrozen had verloren, al bleef hij het oneens met de noodzaak daarvan. De verkoper bleef van mening dat de in de overeengekomen verkoopprijs berekende goodwillvergoeding veel te hoog was en dat kopers` activiteiten in Duitsland niets hadden opgeleverd. De verkoper was bereid om in het kader van een oplossing de vernietiging van de verkoopovereenkomst ongedaan te maken, maar wilde daarvoor een reële vergoeding ontvangen. De verkoper was niet bereid iets te betalen.

Uiteindelijk werd overeenstemming bereikt waarbij de verkoper het door de accountant te berekenen bedrag dat hij nog in de vennootschap had binnen veertien dagen kreeg uitgekeerd en de door de koper oninbaar geachte debiteuren van de  vennootschap voor € 1,- overnam.  In plaats van de koopprijs voor de vennootschap werden de aandelen in de GmbH voor € 1,-  aan hem overgedragen.

 

Accountantskantoor

De twee partners van een klein accountants/administratiekantoor hadden zodanige onenigheid gekregen, dat de ene (de accountant) niet langer op kantoor wilde komen. Via hun huisadvocaat besloten zij te proberen hun geschil via mediation op te lossen. De mediation vond “heet van de naald” plaats. De mediator werd door de advocaat gebeld op een maandag nadat de accountant de donderdag daarvóór de deur met een klap achter zich dicht had getrokken en woensdag zat hij met de partijen om de tafel. De mediation begon met verwijten over en weer. Er was  sprake van een ernstige vertrouwensbreuk. Nadat de partijen stoom hadden kunnen afblazen werd besproken hoe de gang van zaken was geweest. Het werd duidelijk dat de partijen niet meer bij elkaar pasten en zo snel mogelijk uit elkaar moesten. De administrateur was de zakenman van de twee. Hij kon snel schakelen en had al bedacht op welke condities hij de huurovereenkomst kon overnemen en hoe het onderhanden werk zou worden verdeeld. De accountant ging het aanvankelijk iets te snel, maar hij had al uitzicht om zich aan te sluiten bij een andere accountant, waar hij “lock stock & barrel” kon intrekken. Alleen vond hij dat de administrateur een vergoeding moest betalen als de kantoornaam bij hem bleef. De mediation werd na een onderbreking van drie uur na de lunch voortgezet. Partijen maakten berekeningen en na enig heen en weer pendelen van de mediator bereikten zij overeenstemming. Er werd een vaststellingsoverenkomst opgesteld en ondertekend en partijen maakten meteen samen de tekst van een brief, die aan de relaties zou worden gestuurd.