Direct contact? Bel: 0031 (0)20 3641442

Home > Voorbeeld cases > Bancair

Bancair

Tussen banken en hun zakelijke klanten kunnen conflicten ontstaan, zeker bij ondernemingen in zwaar weer komt. Maar ook tussen banken en particuliere klanten over bijv. beleggingen. Confrontatie lijkt vaak onvermijdelijk, maar mediation biedt steeds vaker soelaas. Klachtprocedures bij het KiFiD of gerechtelijke proedcures worden zo vermeden.

Opzegging krediet vastgoed conglomeraat

De kredietportefeuille van een groep vastgoed investeerders met bedrijfspanden overal in Europa ondergebracht in een conglomeraat van vennootschappen, die zich over en weer jegens de groep hadden verbonden stond vele miljoenen onder water. De bank had de portefeuille in bezit gekregen door een overname en wilde de relatie beëindigen, omdat deze niet paste binnen haar bedrijfsprofiel.

Men had vergeefs geprobeerd aan tafel te komen met degenen, die het bij de groep voor het zeggen hadden, maar was daarin niet geslaagd. Men had geen inzicht in de organisatie van de groep en wantrouwde degene, die officieel de bestuurder was. Besloten was om het faillissement van de groep aan te vragen. Tijdens de behandeling van de faillissementsaanvrage adviseerde de rechtbank partijen om te mediaten en hield de behandeling twee weken aan. De bank liet na twee weken weten niets in mediation te zien, waarna de rechtbank opnieuw aandrong op mediation.

De advocaten van de bank lieten weten dat de bank (naar ik achteraf van hen hoorde om de rechtbank niet te bruuskeren) één mediation sessie wilde bijwonen. De mediation kwam stroef op gang. Pas toen de bank haar wantrouwen uitsprak of de bestuurder van de groep het werkelijk voor het zeggen had kwam overleg op gang. De bestuurder gaf inzicht in de structuur van de groep. Hij vertelde dat en hoe de groep afscheid had genomen van een vorige bestuurder, die geen geode naam had en tegen wie een strafrechtelijk onderzoek liep. Hij legde uit dat de achterliggende belanghebbenden individuele Duitse artsen en dierenartsen waren. Toen kwam aan het licht dat de bank enkele maanden eerder door iemand namens deze belanghebbende was benaderd, die een voorstel had gedaan voor een regeling waarbij de groep zou overstappen naar een andere financier. Dat was intern binnen de bank besproken en men had teruggekoppeld dat het aanbond aanvaardbaar was, maar daarop nooit meer iets gehoord.

Nadat dit was uitgesproken onderhandelden partijen over de voorwaarden van het beëindigen van de relatie. Zij bereikten overeenstemming over een bedrag en maakten afspraken, zodat op korte termijn een mee verbonden winkelcomplex tegen een geode prijs kon worden verkocht en de groep afspraken kon maken met een nieuwe financier. Afgesproken werd dat de groep, indien zij de nieuwe financiering binnen 30 dagen niet rond had haar verzet tegen de faillissementsaanvrage zou staken. De aanwezige advocaten maakten in de daarop volgende dagen de concept vaststellingsovereenkomst (en vlogen elkaar daarbij in de haren, wat resulteerde in meerdere conference calls die ik met de advocaten voerde). Uiteindelijk is de deal niet doorgaan omdat de koper van het winkelcomplex afhaakte en de nieuwe financier toch niet bereid bleek de financiering voor het overeengekomen bedrag over te nemen. Het faillissement werd alsnog uitgesproken.

Opzegging krediet en rentederivaten

Een MKB-er had met de afdeling bijzonder beheer van zijn bank een geschil over het afbouwen van het krediet. De bank dreigde het krediet op te zeggen, omdat de MKB-er zijn verplichtingen niet nakwam om het krediet af te bouwen tot in elk geval de kredietlimiet. Belangrijke oorzaak van de problemen was dat de MKB-er op advies zijn accountmanager van de bank rentederivaat contracten met de bank had gesloten had en door de lage rentestand zijn verplichtingen gigantisch waren opgelopen.

In een procedure, die de MKB-er tegen de bank had afgesloten adviseerde de rechter tijdens de comparitie van partijen om te proberen via mediation een oplossing te bereiken. De mediation begon met een litanie van de MKB-er tegen de bank en de account manager, die inmiddels niet meer bij de bank werkte. Nadat hij zijn hart had gelucht besprak ik met partijen hoe zij de toekomst zagen. De vertegenwoordiger van de bank gaf te kennen dat de bank afscheid wilde nemen van de MKB-er en bereid was flink in te leveren op het uitstaande krediet als de MKB-er zijn financiering elders zou onderbrengen. De MKB-er wilde dat aanvankelijk niets van weten, maar was gaande de mediation steeds meer bereid om alternatieven te onderzoeken. Hij zou bepaalde onderpanden binnen drie maanden te gelde kunnen maken, waarmee een flink deel van het oorspronkelijke krediet kon worden verminderd.

In een tweede en derde mediation sessie (de vertegenwoordiger van de bank had intussen intern de handen op elkaar kunnen krijgen voor een regeling, zoals tijdens de eerste sessie besproken) onderhandelden partijen over op de rentederivaten openstaande bedrag. In een vertrouwelijk gesprek met de vertegenwoordiger van de bank werden de procesrisico`s van de bank onder ogen gezien in het licht van recente rechtspraak over schending van de zorgplicht van banken bij het informeren over de risico`s van rentederivaat contracten. Ik pendelde vervolgens tussen partijen heen en weer en zij bereikten uiteindelijk overeenstemming over het bedrag dat de MKB-er zou moeten betalen ter finale kwijting en de termijn, waarbinnen de MKB-er een nieuwe financier moest hebben gevonden.